Abhile


Huiswaarts

Ondertussen heb ik ook een lunch gebruikt, net zoals een jaar geleden, op mijn eerste dag in Dublin, februari 2013, witte boterhammen met gerookte zalm en een dillesaus. Een glas witte wijn vergezelt de zalm.

De lange brief van Maureen heb ik nog nooit zo gelezen en ik vraag mij af hoe dit komt. Het kan niet komen, omdat de brief mij onbekend is. Ik heb zo vaak de brief gelezen, in het Engels en vertaald. De vertaling is het werk van Marjo, Esthers stagiaire, die de klus wel wilde klaren. Voor de vakantie heb ik Esther, Sjoerd en Marjo op een etentje getrakteerd. De stagiaire was blij om het te mogen doen. Het leverde studiepunten, mooie verhalen en vriendschappen op. In de zomervakantie ging Marjo, door mij aangestoken door het Dublin-virus, naar Dublin en heeft nog wat spulletjes en mijn fotoboek over Dublin bij Maureen gebracht. Marjo kon Maureen niet zien, omdat zij met Ileen op vakantie in Amerika was. En ik, ik durfde niet, nog steeds niet weet ik waardoor. Maureens afwezigheid kwam goed uit, ik had het gevoel dat ik er nog niet klaar voor was, of in ieder geval er nog niet zeker van was of er sterk genoeg voor was en er speelde een vervelende kwestie met de advocaat van mijn ex-partner.

Feicfidh mé tú ansin!

Het zonnetje is buiten gaan schijnen, Ik kijk een paar keer op mijn telefoon, nog geen antwoord. Ik probeer het nog maar een keer met een korte WhatsApp. “An bhfuil tú leamh, cad a dhéanfaidh tú an tráthnóna seo?” Een vraag of Maureen zich verveelt en wat zij vanmiddag gaat doen.

De vinkjes verspringen. Maureen schrijft, dat zij een uurtje gaat slapen en dat zij om 15:30 uur tijd voor mij heeft.

Feicfidh mé tú ansin!” Ik schrijf dat ik haar om die tijd zal zien en dat ik naar haar uitkijk en wens haar welterusten en dat ik haar wakker ga bellen. Mijn bericht laat ik eindigen met een smiley. 

“Handig toch, Google translate helpt mij nu ook!”, bedenk ik mij.