03. WEGLOPEN

Tussen al die voetbalbriefjes zit een blaadje dat netjes uit een schrift  is gescheurd, schrijfpapier met daarop een extra lijntje voor de kleine letters. Het handschrift is van een volwassene, dat is direct te zien. De datum vertelt dat ik in klas 5 zit, het briefje is aan mijn ouders gericht, de ondertekening is van meester Slaghout. Eén zin is onderstreept: “Uw zoon is na mijn onnodige, harde reprimande weggelopen en heeft uit eigen beweging de school verlaten.”

Ik kan mij niets hiervan herinneren, ik weet niet wat er is gebeurd, ik weet niet of ik het briefje aan mijn ouders heb laten lezen. Het moest wel, want in de laatste zin staat dat er een afspraak voor een gesprek is gewenst. Ik weet wel, dat mijn moeder vaak op school was, dat zij voor mij opkwam. Ik herinner mij, dat mijn moeder mij soms naar school bracht en met de leerkracht sprak. Ik weet ook, dat mijn moeder op het plein soms met de moeder van Sietske sprak. Ook Sietskes moeder was vaak op school. Een foto van meester Slaghout ontbreekt in mijn fotoboekje.

Ondertussen probeer ik mij te herinneren wat mijn moeder, toen ik volwassen was en zelf voor de klas stond, over mijn lagere school periode heeft verteld. herinneringen en eventuele details blijven gevangen onder een laag gedachten die mij slechts verwarren.

Het volgende briefje is een blad dat slordig uit een schrift is gescheurd en op dezelfde dag geschreven. Een briefje van Lydia. Kleine ronde letters die elkaar beminnelijk verbinden vormen een kort berichtje als reactie op wat er die dag in de klas is gebeurd: “Je hebt gelijk, Slaghout deed lelijk tegen Sietske en jou.”

Ik weet ook na lang denken nog steeds niet wat er is gebeurd.

Op het volgende briefje herken ik het handschrift van Sietskes moeder en ook Sietske heeft op het A5 briefpapier een zinnetje geschreven: “Beste Harm, moedig van je dat je voor Sietske opkwam, toen de meester Sietske uitlachte omdat zij fouten met rekenen maakte. Gelukkig heeft de meester zijn excuses aangeboden.”

Sietske schrijft onder haar moeders stukje met één woord dat zij mij bedankt.

Het maakt mij boos, dat ik niet weet wat er is gebeurd, wat mijn bijdrage was. Ook van mijn moeder kan ik mij niet herinneren, dat zij iets over deze dag ooit iets heeft verteld. Het enige dat ik van weglopen van school herinner is, dat ik boos een klas verlaat, mijn jas aantrek, dat mijn shawl op de grond valt, dat dit mijn vlucht vertraagde. Ook weet ik, dat ik meerdere keren naar huis ben gevlucht en dat ik hierna bij mijn moeder achterop weer naar school werd gebracht.