01. VERHUIZEN

Tussen de aantal verhuisdozen heb ik mijn fauteuil neergezet. De verhuizers hebben al een paar dagen geleden mijn nieuwe woning verlaten, op de dozen die rondom mijn zitmeubel staan is alles uitgepakt en heeft een nieuwe plek in ons appartement gekregen. In het gangetje bij de lift staan twee dozen die voor de tweedehands winkel zijn bestemd. Ik hoef er geen geld voor te krijgen.

Rondom mij staan de dozen met fotoboeken, een geschiedenis van mijn leven. Het oudste boek heb ik in mijn handen, zwartwit foto’s met fotohoekjes die vooral loslaten. Het boekje laat foto’s los, laat mijn jongste geschiedenis los. Ik neem foto’s op waarop ik op een donsje lig, een vrouw die mijn moeder is, kijkt liefelijk naar dat kleine, blote mannetje. Eén fotoboekje, dat in dertig foto’s mijn jongste leven beschrijft. Met lijm repareer ik foto’s, de rug van het het boekje en zet het op de lege plank in mijn boekenkast. De plank wacht op de boeken, die verder mijn leven zullen beschrijven.

Mijn aandacht wordt getrokken door een kleine doos met daarop de naam van het verhuisbedrijf die mij twintig jaar geleden naar het midden van het land heeft verhuisd. Een verteerd etiket geeft aan, dat de doos achter de kruipruimte op zolder geplaatst moest worden. Het plakband maakt zich los van de doos, zodat ik iets van de inhoud van de verhuisbox kan zien. Allemaal losse vellen papier, ik zie enveloppen met onbekende postzegels, multobandblaadjes en beschreven bladzijden die uit een schrift zijn gescheurd. Het is mij onduidelijk wat de precieze inhoud van de doos moet zijn.

Ik verdiep mij verder in de fotoboeken, een aantal albums komen mij niet bekend voor. Jaartallen helpen mij wanneer de foto’s zijn gemaakt, ook herinner ik een aantal gefotografeerden. Mijn ouders, mijn broers en zussen, een familielid en vooral veel onbekenden. Foto’s tussen blokken, van mezelf op een klimrek verraden, dat het schoolfoto’s van de kleuterschool zijn. Verwondering over mijn uiterlijk, kledingkeuze is mijn eerste reactie. Ik ben achter mijn bureau gaan zitten, leg de fotolijm en sterkere lijm bestemd voor verteerde of gescheurde ruggen naast me neer. Ook een stanleymes ga ik als gereedschap gebruiken, waardoor de albums weer toonbaar zullen gaan worden. Een thermoskan met koffie gaat me scherp houden.

Op de eerste bladzijde van het tweede boek staat een klassenfoto, een klasgenoot houdt een bordje omhoog met het jaartal 1967. Ik probeer mezelf te ontdekken en zie mij uiteindelijk aan de zijkant naast de leerkracht staan. Ik weet, dat ik het ben, omdat ik nooit één van de andere klasgenoten kan zijn. Andere haarkleur, andere kleding, andere blik. Juist in dat jongetje naast de leerkracht herken ik mij, het liefst had ik mij achter de juf verschuild. Zowel voor de foto als tijdens de lesdagen. Ik kijk langs de andere gezichten, terwijl het mij niet lukt om andere kinderen te herkennen. Nadat de foto met behulp van de fotolijm vastzit, sla ik om.

Een eerste kleurenfoto met daarop aan de zijkant weer dat schuchtere mannetje. Het moeten buurjongens en – meisjes zijn, die voor een grote groene Opel staan. Mijn vader had uit de straat de eerste auto weet ik nog, ik weet ook nog dat ik dat zo bijzonder vond, dat het kenteken nooit mijn geheugen heeft verlaten: AG – 36 – 42. 

Nadat ik de foto voorzichtig uit de fotohoekjes heb gehaald, zie ik wazig een aantal namen op de achterkant geschreven staan. Ik herken mijn moeders handschrift, grote lussen met veel vlaggen. De namen zijn wazig geworden en ik probeer letter voor letter namen te ontcijferen. Eén naam is eenvoudig, Barbara herken ik vooral omdat ik deze naam soms nog op Facebook tegenkom. We wonen nu in dezelfde woonplaats en delen soms foto’s van deze tijd. We hebben elkaar na mijn verhuizing uit mijn geboortehuis nooit meer gesproken of in het echt gezien.