Verse rozen

12 mei 2019 – De rozen zijn weer ververst, waarom juist deze dag?

Op zijn eenzame, dagelijkse wandelingen doet Philippe nog steeds zijn plekje aan. Deze laatste keer met een bos rozen. Hardlopen gaat vandaag niet lukken, te veel last van zijn blessure aan zijn knie en vooral omdat zijn kenmerkend loopje er nog vreemder uit zal zien. Daarom vandaag in een zorgvuldig uitgekozen kostuum dat ooit zijn trouwkostuum was, inclusief gouden manchetknopen en een zorgvuldig uitgekozen strop, gestrikt in een dubbele windsor. Kleding nog zonder vlekken en zonder penetrante geur. Een rennende trimmer in kostuum met een boeket rozen had andere wandelaars in het bos doen fronsen.

4 april 2019 – Een week later zijn rozen verteerd zoals het idee, testosteron, zelfvertrouwen. Het is niets meer, echt niets meer, slechts een bosje rottende rozen.

Hij slaat het pad in met zijn boom. In zijn hoofd hopen de emoties weer hoog op totdat er geen ruimte meer is. Zoals het dichte bladerdek het licht tegenhoudt en het zicht naar de heldere lucht afschermt. Tranen vullen ook nu zijn boze ogen, zijn dikke brillenglazen beslaan. De stelen van de rozen hebben het zwaar door angstige, boze, gefrustreerde handen, de bloemen zitten aan de goede kant. De doornen zetten zich vast in handen die zich als klauwen vormen. In zijn hoofd passeren gebeurtenissen die zijn vloed van tranen concretiseren. Verlies van zijn geliefden en een opgebouwde, niet te verwerken haat voor de door hen gekozen nieuwe levenspartners. In zo’n vijf jaar raakte hij keer op keer het voor hem belangrijkste kwijt, en door zijn manier van hiermee omgaan ook alles. Zijn vermeende aanzien is samen met zijn spieren tot weinig verschrompeld. Alleen een leeg, stil, vervuild huis restte. Er komt niemand meer, ieder begreep dat Philippe beter geen vriend moest zijn.

17 juni 2020 – Nieuwe rozen bij het monument. Zonder hierover regie te hebben versmelten fictie en facts in een bijwonderverhaal.

Ondertussen is hij bij zijn boom aangekomen. Hij bevoelt met trillende handen de diverse door hem eerder ingekerfde harten. Het is de juiste boom. Hij trekt de bos rozen uit elkaar en deelt de bos in tweeën. In de splitsing van de stam legt hij rozen met de bloem richting het noorden, bij de andere helft komen de bloemen richting het warmere zuiden. De doornen blijven in zijn handen alsof hij lijkt te kiezen voor een martelaarschap. 

Iets later heeft hij weer zicht. Hij zet zijn rugtas tegen de boom en pakt daaruit een Zwitsers mes. Met onverzorgde, zwarte nagels haalt hij het grootste mes uit de rode kanten. Even kijkt hij naar boven, bestudeert de takken, zoekt een stevige tak en dat zijn er veel. Dan begint hij nieuwe letters in de boom te kerven zonder zich te realiseren dat ik van deze plek later een foto maak en mij afvraag wie steeds de rozen ververst.

Preview 1e druk, Hoofdstuk “Verse rozen”