The Winding Stair

Angie moet een welvarende vrouw zijn. Haar keuze voor het restaurant doet dat vermoeden, mijn idee wordt bevestigd. Het wordt helemaal ongemakkelijk voor me, dat zij de lunch wil betalen. Als enige tegenprestatie vraagt zij naar haar te luisteren, net zo vriendelijk te blijven als in de distilleerderij, net zo ondeugend te blijven. Ik geef mij snel over.

Ik kijk op de menukaart en kijk wat rond in het restaurant. Ik merk op dat deze ruimte, op de bovenste verdieping met uitzicht op de Liffey, een oude bibliotheek of boekhandel geweest moet zijn. Ik kijk naar de vorm van de trap, ik begrijp de naam van het restaurant nu beter. Ik twijfel over mijn menukeus Roaring Bay mussels with steamed cockles and brown shrimp mayo. Het komt in ieder geval het dichtst bij het beroemde lied van Molly Malone.

Ik wijs op de kaart wat ik gekozen heb. Angie volgt mijn keuze en begint te vertellen. Sommige woorden snap ik niet, ik vraag om uitleg. Ik vul aan met mijn ervaringen. Ook aan de andere kant van de oceaan zijn huwelijken niet altijd even fraai. Brood met boter wordt gebracht. Wij maken voor elkaar brood klaar, zeezout maakt het smakelijk, witte wijn maakt het af.

Angie vertelt over haar huwelijk, een verhaal in grote stappen, langer stilstaand bij belangrijke gebeurtenissen, ziekte, overlijden van een ouder, de geboorte van haar twee kinderen. Over haar derde zwangerschap, voor de derde keer blij terwijl haar man in paniek raakte. Geen derde kind was zijn nadrukkelijke wens. Het verhaal van Angie gaat over oplopende ruzies, over de afspraak in een kliniek die hij maakte en dat zij mee moest. Dat Angie niet wilde, zij wilde haar kind niet verliezen, maar ook wilde zij haar man niet kwijt. Zij vertelt, dat zij uiteindelijk meeging met een abortus. Haar kind verloor ze, raakte Angie kwijt. De man bleef, de ruzies bleven, schuldgevoel maakte plaats voor het gevoel er goed aan gedaan te hebben haar man te steunen.

Het brood wordt weggehaald, het servet van schoot gehaald, tranen gedept, mossels and rockles worden geserveerd. 

Het verhaal gaat verder. Nog nooit heeft zij over deze gebeurtenissen verteld, nog nooit had Angie verteld over haar man die steeds vaker niet in orde was, depressief werd, hulpverleners moest opzoeken, een tijdje zich liet opnemen, zodat zij alleen voor het huishouden en kinderen moest zorgen. Angie vertelt, dat zij uiteindelijk haar man met een ander betrapte, hem het huis uitzette. 

De mussels and rockles smaken goed, servetten vet van de mayo, maar nog natter van onze tranen. Angie huilt om haar verhaal, om mijn verhaal over de abortus, over mijn steun die op de laatste dag dat Ans vertrok tot een snerpend verwijt omgebouwd werd. Ook ik heb nooit aan iemand verteld wat er speelde. Ik vertelde leugens aan Ans’ moeder, vrienden, familie. Ik verzon onmogelijke scenario’s waarvoor een dagopname in een ziekenhuis noodzakelijk was. Ik creëerde waarheden die ik bijna zelf ging geloven. Hierna werd er gezwegen, werd de abortus nimmer meer aangehaald, tot op die laatste bewuste dag toen Ans het huis verliet. Een bevrijdende dag.

Ik merkte op, dat Angie niet meer tegenover mij zit. De stoel naast mij is nu bezet, de arm en hand op mijn arm, op mijn hand.

Een nagerecht, daar is nog tijd voor. IJs met een zoete taart.

Opgelucht eten wij, zoals het lijkt. Wij kijken naar elkaar, lachen om grappige dingen die wij elkaar vertellen, lachen om elkaar, lachen om dat wij over enkele uren meer dan 1000 kilometer weg van elkaar zijn, dat dat goed is, dat het jammer is, spijtig dat wij niet de zelfde kant op kunnen gaan, dat slechts de herinnering van deze morgen en lunch is dat blijft. Dat dat goed is, en dat dat ook jammer is.

Angie betaalt, ik haal de jassen, wij staan buiten. Angie zegt dat er een taxi komt, dat haar koffer al op het vliegveld is, dat mijn nieuwe bestemming voor de middag de moeite waard is, dat zij de laatste uren de moeite waard vindt, dat zij mij de moeite vindt, dat dat haar taxi zal zijn.

Een omhelzing, een lichaam dat tegen mij schokt, een zoen op de wang, nog één, een zoen op de mond, een hand over mijn wang, een hand over haar natte wang, een portier dat opengaat, een motor die start, zicht op Angie die mij door de achterruit aankijkt, een zwaai. Niets meer.

Ook nu geen adres, geen e-mail, geen telefoonnummer, zelfs geen foto realiseer ik me. 

Niets.

Alleen een mooie herinnering, een ervaring waar ik wat mee moet, waar ik iets mee kan.